Pagina's

  • LinkedIn Facebook Hyves Ning Netvibes Plaxo TumblrGoogle Reader Delicious CiteULike SlideShare LibraryThing YouTube Picasa Moviemeter Last.fm Upcoming

Chat

Leesvoer

Muziek

Agenda


  • Voorbije activiteiten met foto's en/of verslagen

web-log.nl, powered by TypePad

29-1-10

Relatie kennismanagement en informatiewetenschap

In september ben ik begonnen aan de master Culturele Informatiewetenschap, in bijzonder aan het schakelprogramma. De eerste 2 modules heb ik ondertussen met succes afgerond: wetenschapsfilosofie en representatie & retrieval.

Ik moet toegeven dat ik van de laatste module het meest heb opgestoken! Ik had de module gekozen omdat er XML in voor kwam. In mijn vorige opleidingen kwam XML alleen maar ter sprake maar nu mocht ik er ook echt mee aan de slag! Dat is me prima bevallen en als ik nu zou moeten beslissen zou ik het wel zien zitten om er iets mee te doen in mijn masterscriptie, maar ik moet eerst nog een jaartje vooruit voor ik daar aan toe ben! Volgende handige bronnen hebben we gebruikt bij het onderdeel XML:

Voor het algemene gedeelte gebruikten we het boek 'The Organization of Information'.

Wetenschapsfilosofie is een verplichte module voor iedereen die aan de universiteit wil studeren. Je kunt stellen dat het volgen van deze module goed is voor je algemene academische ontwikkeling :-)! Verder is het ook een struikelblok voor veel studenten en dat ik als eindcijfer een 7,5 heb gehaald is deels door heel hard werken en deels door een tikkeltje geluk (maar moet je dat niet altijd hebben) :-)! De module bestond uit hoorcolleges en werkcolleges. In de hoorcolleges behandelden we het boek 'Wetenschapsfilosofie voor geesteswetenschappen'. In de werkcolleges gingen we aan de slag met allerhande artikelen. Daarnaast moesten we een mid-term paper schrijven met 2 van deze artikelen als uitgangspunt. Hieronder volgt mijn relaas waarin ik inga op de relatie tussen kennismanagement en informatiewetenschap:

Vraagstelling

Buckland heeft het in zijn artikel over “informatie-als-kennis”, informatie die niet tastbaar is en waarvan de hoeveelheid niet vast te stellen is. Hij geeft aan dat we niet kunnen spreken over knowledge-based of knowledge-access systemen, maar alleen over informatiesystemen die fysieke representaties van kennis bevatten. Saracevic heeft het over literatuur als knowledge records, dragers van menselijke kennis. Maar in zijn opsomming van domeinen die binnen informatiewetenschap vallen, komt kennismanagement niet voor.

Kennismanagement is echter een belangrijk begrip geworden binnen organisaties. Wanneer een werknemer weg gaat bij een organisatie, verliest deze organisatie kennis. Organisaties proberen deze kennis te behouden door het toepassen van kennismanagement en het inrichten van kennismanagementsystemen. Binnen de opleidingen voor informatie professionals wordt kennismanagement ook als vak gedoceerd. Een aantal van deze informatie professionals zijn binnen een organisatie aangesteld als kennismanager.

Naar aanleiding van de hierboven beschreven uitgangspunten, vroeg ik mij af of kennismanagement, binnen de lijnen die Buckland en Saravic aangeven in hun artikelen, kan worden gezien als onderdeel van informatiewetenschap.

Wat is kennis?

Kennis is het vermogen dat iemand in staat stelt een bepaalde taak uit te voeren door het taak (inclusief context) -afhankelijk selecteren, interpreteren en waarderen van aanwezige data waardoor (nieuwe) taak-relevante informatie ontstaat. Voor dat selecteren, interpreteren en waarderen van data, is theoretische bekendheid (’oude’ informatie) of praktische vertrouwdheid (ervaring) nodig met het domein waarbinnen de taak speelt, dan wel met de processen (vaardigheden) die voor de uitvoering van het type taak van belang zijn. Toepassing van kennis geeft aan wat er gedacht en gedaan moet worden en hoe dat moet gebeuren. Kennis kan dus gedefinieerd worden als het vermogen dat iemand in staat stelt een bepaalde taak uit te voeren. Een vermogen dat een metaforische functie is van de Informatie, de Ervaring, de vaardigheden en de Attitude waarover iemand op een bepaald moment beschikt: K = f (I.EVA). (Weggeman, 2000).

Buckland spreekt over “informatie-als-kennis” en geeft aan dat kennis persoonlijk, subjectief en conceptueel is. Om kennis te communiceren moet kennis daarom worden uitgedrukt, worden beschreven, of worden vertegenwoordigd in een fysieke manier, als een signaal, tekst of communicatie. Een dergelijke uitdrukking, beschrijving of vertegenwoordiging omschrijft Buckland als "informatie-als-ding". Dit komt overeen met het begrip “tacit knowledge”. Indien impliciete kennis expliciet wordt gemaakt is het geen kennis meer maar informatie. (Weggeman, 2000). Hierdoor spreekt Buckland ook over informatiesystemen in plaats van kennismanagementsystemen, want kennis kan niet worden opgeslagen.

Saracevic gaat in zijn artikel in op het probleem dat Bush, een gerespecteerd MIT wetenschapper, in 1945 omschreef als “the massive task of making more accessible a bewildering store of knowledge”. Bush zijn oplossing was het gebruik van de opkomende computer-en andere informatie-technologie ter bestrijding van het probleem. Saracevic geeft tevens aan dat we met kennis “informatie effectief in actie” bedoelen, informatie gericht op resultaten. Hij heeft het over literatuur als “kennis records”, inhoud-dragende objecten van menselijke kennis.

Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat informatie een onderdeel is van kennis ofwel dat informatie geëxpliciteerde kennis is.

Wat is kennismanagement?

Kennismanagement is het zodanig inrichten en besturen van de processen in de KennisWaardeKeten(1) dat daardoor het rendement en het plezier van de productiefactor(2) kennis vergroot worden. Rendement kan daarbij betrekking hebben op financieel rendement en leerrendement. Kennismanagement houdt ICT-management, human talent devolpment en het inrichten van kennisvriendelijke organisatie in. (Weggeman, 2000).

(1) Vaststellen benodigde kennis, inventariseren beschikbare kennis, kennis ontwikkelen, kennis delen, kennis toepassen en kennis evalueren.
(2) Kennis is een vermogen, een menselijk vermogen. Dat vermogen kan ingezet worden om iets te produceren: een dingetje, een antwoord, een idee, een sfeer, rust, begrip. In die ruime zin wordt binnen deze definitie de term ‘productiefactor’ gebruikt. Die term heeft dus niet alleen betrekking op datgene wat er in fabrieken en kantoren gebeurt.

Wat is informatiewetenschap?

Buckland neemt zijn drie betekenissen van informatie als basis om aan te geven wat kan worden verstaan onder informatiewetenschap. Hij geeft bij “informatie-als-ding” de taken op die bij informatie retrieval systemen horen: selectie, collectie, opslaan, representatie, identificatie, lokaliseren en fysieke toegang. Deze taken vult hij bij “informatie-als-kennis” aan met onderwerpsontsluiting bij expertsystemen die “knowledge based” zijn. Bij “informatie-als-proces” noemt hij cognitieve psychologie, retorica, en andere studies van inter-persoonlijke communicatie en overtuigingskracht als voorbeelden van disciplines die onder informatiewetenschap kunnen vallen. Het gaat hier om disciplines die zich meer bezig houden met het ‘hoe’. De disciplines bij “informatie-als-ding” en “informatie-als-kennis” houden zich meer bezig met het ‘wat’.

Saracevic gaat dieper in op wat informatiewetenschap is, maar zijn definitie ervan is ‘smaller’ dan wat Buckland onder informatiewetenschap verstaat.

Informatiewetenschap wordt bepaald door de problemen die ze aanpakt en de methoden die ze gebruikt bij de oplossingen voor die problemen. Informatiewetenschap heeft drie algemene karakteristieken: ten eerste is informatiewetenschap interdisciplinair van aard, ten tweede is informatiewetenschap verbonden met informatie technologie, en ten derde heeft informatiewetenschap een sterk sociale en humane dimensie. Naast deze drie karakteristieken heeft informatiewetenschap drie krachtige ideeën: informatie retrieval, de verwerking van informatie op basis van formele logica; relevantie, het oriënteren en associëren van het informatie retrieval proces met de humane informatiebehoeften en evaluaties; en interactie, rechtstreekse uitwisseling en terugkoppeling tussen systemen en mensen die zich bezig houden met het informatie retrieval proces. Saracevic karakteriseert daarnaast het in kaart brengen van literatuur als een vierde krachtig idee van informatiewetenschap.

Saracevic onderscheidt 2 belangrijke gebieden of subdisciplines binnen informatiewetenschap: het informatieanalyse-cluster en het retrieval-cluster. De meeste gebieden in het informatieanalyse-cluster zijn de gebieden die zich concentreren op het fenomeen informatie en de manifestaties in de literatuur. Bij het retrieval-cluster gaat het over de implementatie, het gedrag en de gevolgen van de interfaces tussen literatuur en mensen, met inbegrip van alle soorten retrieval aspecten.

Onder de problemen die informatiewetenschap aanpakt verstaat Saracevic in het algemeen de problemen van effectieve communicatie van “kennis records” bij de mens in de context van sociale, organisatie- en individuele behoeften aan informatie en het gebruik ervan. Om deze behoeften in te willigen en te bepalen heeft informatiewetenschap te maken met informatietechnieken, procedures en systemen. Specifiek geeft Saracevic volgende disciplines op:

  • Informatie retrieval
  • Citatie analyse
  • Bibliometrie
  • Bibliotheeksystemen / Bibliotheekautomatisering
  • Gebruikersstudies
  • Catalogi
  • Cognitieve wetenschappen
  • Informatica
  • Indexeren
  • Communicatiewetenschappen
  • Interactie studies
  • Zoeken op internet
  • Multimedia informatie retrieval
  • Meertalige informatie retrieval
  • Digitale bibliotheken

Ten slotte benadrukt Saracevic de interdisciplinaire relatie van informatiewetenschap met het bibliotheekwezen en informatica. Hierbij is belangrijk aan te geven dat hij informatiewetenschap en het bibliotheekwezen als twee aan elkaar gerelateerde maar duidelijk aparte wetenschapsvelden ziet. Om dit te onderstrepen geeft hij aan waarin de twee wetenschapsvelden van elkaar verschillen:

  1. In de problemen die ze aanpakken en de manier waarop ze de problemen behandelen
  2. In de theoretische vragen en de conceptuele kaders
  3. In de aard en de mate van experimenten en empirische ontwikkeling en de daaruit voortvloeiende praktische kennis en afgeleide competenties
  4. In de gebruikte tools en benaderingen met het meest sprekend voorbeeld de zeer verschillende benaderingen met betrekking tot het gebruik van technologie in de informatie retrieval en in de bibliotheek automatisering
  5. In de aard en de sterkte van de interdisciplinaire betrekkingen, het bibliotheekwezen is meer ingekapseld

Conclusie

Op basis van de definities kan gesteld worden dat informatiemanagement iets anders is dan kennismanagement. Informatiemanagement kan zelfs worden gezien als een onderdeel van kennismanagement. Informatiewetenschap houdt zich vooral bezig met informatiemanagement. Hieruit zou kunnen worden geconcludeerd dat de wetenschap die zich bezig houdt met kennismanagement een groter begrip/veld is dan informatiewetenschap. Maar is er wel een aparte wetenschap die zich bezig houdt met kennismanagement?

Beide auteurs leggen bij informatiewetenschap sterk de nadruk op informatie retrieval en de daarbij behorende informatie technologie. In de definitie van kennismanagement komt ICT-management voor. Het toegankelijk maken van de geëxpliceerde kennis is een belangrijk onderdeel van kennismanagement en zelfs het onderdeel waarop tot nu toe in organisaties die zich met kennismanagement bezig houden de meeste nadruk wordt gelegd. Informatiewetenschap is volgens beide auteurs wel degelijk ruimer dan alleen informatie retrieval, ook communicatie wordt genoemd als onderdeel van informatiewetenschap. In het onderdeel ‘het inrichten van een kennisvriendelijke organisatie’ van kennismanagement neemt communicatie ook een belangrijke plaats in. Dit pleit vóór het onderbrengen van kennismanagement bij de informatiewetenschap.

Dat de relatie tussen kennis en informatie sterk is komt bij beide artikelen duidelijk naar voren. Of Buckland kennismanagement als onderdeel van de informatiewetenschap beschouwt is niet uit zijn artikel te herleiden. Volgens mij zou Saracevic kennismanagement duidelijk als een apart wetenschapsveld zien, juist zoals hij het bibliotheekwezen als een apart wetenschapsveld ziet. Dat laatste is voor mij een opmerkelijk gegeven. Ik sluit zelf meer aan bij de benadering waarin de twee wetenschappen onder één noemer worden gebracht: “de bibliotheek en informatie wetenschappen”. De disciplines die volgens hem onder informatiewetenschap vallen, vallen volgens mij ook onder de bibliotheekwetenschappen. Ik kan daarbij de verschillen die hij tussen de wetenschapsvelden aangeeft te weinig als echte verschillen aanduiden, maar dit kan ook komen door te oppervlakkige theoretische kennis van de twee wetenschapsvelden van mijn kant. Concluderend ben ik dan ook geneigd kennismanagement ook bij deze “bibliotheek en informatie wetenschappen” onder te brengen. De relatie tussen informatie en kennis is volgens mij te diep geworteld om van twee aparte wetenschappen te spreken. Deze conclusie wordt sterk beïnvloed door het feit dat ik bibliotheken zie als belangrijke ‘kennis’-centra die de bevolking toegang biedt tot de benodigde informatie om zich in deze kenniseconomie staande te houden!

Bronnen

Buckland, M. K. (1991). Information as Thing. Journal of the American Society for Information Science. 42 (5), 351-60.

Saracevic, T. (1999). Information Science. Journal of the American Society for Information Science. 50 (12), 1051.

Weggeman, M. (2000). Kennismanagement: De praktijk. Schiedam: Scriptum.

20-11-09

Digital Xplora - Bachelorscriptie IM HvA

In deze blogpost ga ik het hebben over mijn scriptie van de opleiding Informatie en Media die ik eind augustus  succesvol heb verdedigd aan de Hogeschool van Amsterdam.

Note: klik op de afbeeldingen voor een groter formaat.

Samenvatting

You can download the summary of my thesis in English: Download Summary.doc

Digital Xplora moet het verlengde worden van de fysieke Xplora, de leer- en werkomgeving van Avans Hogeschool. In mijn scriptie heb ik daarom een antwoord geformuleerd op volgende probleemstelling: welke internetstrategie kan het Leer- en Innovatiecentrum (LIC), waar Xplora deel van uitmaakt, volgen om te komen tot een optimale digitale leer- en werkomgeving.

Het opzetten van de internetstrategie heb ik gedaan aan de hand van de Internet Scorecard, een methodiek afgeleid van de Balanced Scorecard. Allereerst heb ik op basis van de huidige organisatiestrategie en een grondige analyse een online missie en strategische doelstellingen uitgewerkt. Vervolgens heb ik succesfactoren en bijbehorende indicatoren benoemd. Per indicator is er een meetinstrument en meetfrequentie bepaald. Bij de Internet Scorecard wordt er uitgegaan van vier perspectieven: het financiële aspect, de klant, de website en de organisatie. De internetstrategie is van toepassing op de online kanalen van Xplora: de portal, de Onderwijswiki, de nieuwe website van het LIC en Xplora op Blackboard. Per perspectief zijn alle indicatoren uitgewerkt.

Om de mening te weten te komen van de gebruikers van Xplora over de huidige website en online diensten heb ik  een uitgebreid gebruikersonderzoek opgezet aan de hand van een vragenlijst. Voor het analyseren van de websitestatistieken heb ik daarbij gebruik gemaakt van Google Analytics. Daarnaast heb ik de portal en de Onderwijswiki geanalyseerd aan de hand van 100 criteria. Ik heb tevens onderzoek gedaan naar nieuwe trends en ontwikkelingen op het web en een concurrentiescan uitgevoerd.

Voor het implementeren van de Internet Scorecard kan Xplora gebruik maken van het performance-managementproces: een cyclus van het definiëren van doelen en indicatoren, meten, rapporteren, analyseren, ontwerpen van verbeteringen en het verbeteren van resultaten.

Xplora

Xplora

Xplora is de leer- en werkomgeving van Avans Hogeschool en is een onderdeel van het Leer-en Innovatiecentrum, kortweg het LIC. Xplora is vertegenwoordigd op 3 locaties en is als fysieke omgeving sterk ontwikkeld. De digitale omgeving is daarentegen nog niet zo sterk ontwikkeld en daarom wordt in deze afstudeeropdracht een antwoord geformuleerd op volgende probleemstelling: welke internetstrategie kan het LIC volgen om te komen tot een optimale digitale leer- en werkomgeving binnen Avans Hogeschool? Deze digitale omgeving moet aansluiten op de fysieke omgeving en op de visie, missie en strategie binnen Avans, het LIC en Xplora.

Digital Xplora

Digitalxplora

Xplora biedt al digitale diensten en informatie aan via de portal van Avans Hogeschool. Deze portal vormt het intranet van Avans. Xplora biedt via de portal toegang tot de catalogus, databanken en relevante links. De gebruiker vindt er aanwinstenlijsten en lijsten van tijdschriften aanwezig in Xplora. Ook praktische informatie over Xplora is aanwezig op de portal.

Daarnaast is er de Onderwijswiki. Het doel van deze wiki is vooral het faciliteren van het onderwijs door het aanbieden van een platform waar kennis over allerlei onderwijzaken binnen Avans gedeeld kan worden. De wiki richt zich op docenten en biedt informatie over allerlei onderwijzaken zoals e-Learning, onderwijsregelingen, applicatiemanagement, enzovoort. Naast deze onderwijszaken kunnen docenten op de Onderwijswiki ook terecht voor informatie over Xplora. Deze informatie komt overeen met de informatie die is te vinden op de portal, maar biedt daarnaast ook meer specifieke informatie voor docenten zoals informatievaardigheden en literatuuronderzoek

In januari 2009 is binnen het LIC een werkgroep opgericht die als opdracht heeft het ontwikkelen van een website voor het LIC. Het LIC wil zich meer gaan profileren binnen Avans. Docenten en andere medewerkers weten nog te weinig van alle mogelijkheden die het LIC te bieden heeft. Met de huidige portal bereikt het LIC zijn gebruikers maar moeilijk. De directie van het LIC heeft daarom besloten een eigen website te gaan bouwen. Ook Xplora zal op deze website een plek krijgen.

Vanuit de werkgroep Informatievaardigheden binnen het LIC is besloten om Xplora meer zichtbaar te maken binnen Blackboard, de elektronische leeromgeving van Avans. Enkele leden van de werkgroep zijn nu samen met het Blackboardteam aan’t bekijken hoe dit concreet kan vormgegeven worden.

Internet Scorecard

Internetscorecard

Voor het opzetten van de internetstrategie is gebruik gemaakt van de Internet Scorecard als methodiek. De internetstrategie bestaat uit de volgende elementen:

  1. Allereerst de online missie, doelstellingen en succesfactoren. Waar staat Digital Xplora voor, wat willen we bereiken en welke factoren moeten worden beïnvloed. Deze 3 onderdelen worden bijeengebracht in de Online Strategy Map.
  2. Daarnaast hebben we indicatoren nodig om de strategie meetbaar te maken, moeten er targets en verbeteracties worden geformuleerd. Deze onderdelen vormen de internet scorecard.

De meerwaarde van de Internet Scorecard is dat de internetstrategie wordt opgezet vanuit de organisatiestrategie. Daarnaast is de Internet Scorecard toepasbaar op dienstverlenende organisaties zoals Xplora en is de Internet Scorecard uitgebreid gedocumenteerd en zo open toegankelijk voor organisaties die een eigen internetstrategie willen opzetten. Ten slotte is de Internet Scorecard een recent opgezette methode.

Online Strategy Map

Onlinestrategymap

Om te komen tot de online missie en strategische doelstellingen heb ik eerst de huidige visie, missie en organisatiestrategie van het LIC in kaart gebracht. Daarna heb ik een SWOT analyse uitgevoerd. Om tot deze SWOT matrix te komen heb ik een analyse uitgevoerd van nieuwe trends en mogelijkheden op het web en een concurrentiescan. Door het analyseren van relevante websites en ontwikkelingen op het web was het mogelijk leemtes te ontdekken in de dienstverlening en kansen te formuleren waarmee Xplora haar online dienstverlening kan verbeteren. Bij de online missie heb ik me gericht op profilering, de kwaliteit en toegankelijkheid van digitale informatiebronnen, maatwerk, het vergroten van de gebruikerstevredenheid, het bevorderen van interactie met de gebruiker en het inrichten van een professioneel webteam en webomgeving. Daarna heb ik de succesfactoren geformuleerd. In het onderste deel van de online strategy map worden de belangrijkste factoren weergegeven.

De vier perspectieven, succesfactoren en indicatoren

Perspectieven

De Internet Scorecard biedt de mogelijkheid om een doordacht systeem van meten, analyseren en verbeteren van de internetstrategie neer te zetten. Hierbij wordt uitgegaan van vier perspectieven. Voor elk perspectief kan je succesfactoren, indicatoren, targets en acties definiëren.

  1. Bij het financiële aspect zijn natuurlijk de kosten belangrijk.
  2. Bij de website moet er gekeken worden naar de inhoud, de gebruiksvriendelijkheid en toegankelijkheid, de vormgeving en de technische performance van de website.
  3. Het is belangrijk dat een effectieve internetorganisatie te creëren waarbij de organisatiestructuur, de kennis en vaardigheden van de medewerkers, de systemen en de processen en hulpmiddelen een rol spelen.
  4. Bij Xplora dient het klantperspectief het hoogste doel. Hoe bereiken we onze doelgroepen en hoe stellen we onze bezoekers tevreden? Succesfactoren zijn bereik, bezoek, engagement, branding, conversie, retentie en gebruikerservaring en –tevredenheid.

In mijn afstudeeropdracht heb ik al deze indicatoren uitgewerkt voor de internetstrategie van Xplora.

Meetmethoden

Meetmethoden

Dit zijn de instrumenten om de indicatoren en dus de internetstrategie meetbaar te maken:

  1. Als webanalyse software maakt Xplora voor zowel de portal als de Onderwijswiki gebruik van Google Analytics. Ook voor de nieuwe website van het LIC zal dezelfde software worden gebruikt. Google Analytics geeft uitgebreide cijfers weer van o.a. de bezoekersstromen, verkeersbronnen en paginaweergaves. Het is wel belangrijk om de structuur van de website en van de URL’s zo op te bouwen dat Google Analytics er mee om kan gaan. Dit was namelijk bij de portal niet geval waardoor concrete statistieken voor Xplora niet konden worden verkregen.
  2. Om de mening te weten te komen van de gebruikers van Xplora over de huidige websites en online diensten heb ik een uitgebreid gebruikersonderzoek uitgevoerd aan de hand van een vragenlijst. 409 studenten en 74 medewerkers hebben de vragenlijst ingevuld. De respondenten konden hun mening kwijt over de Xplora-pagina’s op de portal en over de catalogus.
    • Er wordt maar weinig gebruik gemaakt van de Xplora-pagina’s en de respondenten reageerden neutraal op de gebruiksvriendelijkheid en vormgeving van deze pagina’s. De zoekmogelijkheden laten te wensen over. De catalogus, de databanken en de openingstijden worden beschouwd als belangrijke onderdelen van deze pagina’s.
    • Ook de catalogus wordt maar weinig gebruikt. Reserveren wordt wel eens gedaan via de catalogus maar geavanceerde functies zoals het bewaren van zoekresultaten zijn minder bekend. Zoeken op titelwoorden, onderwerp en auteur worden als de belangrijkste zoekmogelijkheden aangeduid. Volgende nieuwe functies worden hoog gewaardeerd: waarschuwingen via e-mail en het tonen van cover en inhoudsopgave. Het is aan te raden het gebruikersonderzoek op periodieke basis te herhalen.
  3. De internetstrategie van Xplora moet aansluiten bij de behoeften van haar gebruikers: de studenten en medewerkers van Avans Hogeschool. Het vormen van klankbordgroepen kan hier uitkomst bieden. Het voordeel hiervan is dat je een persoonlijke band kunt ontwikkelen met je gebruikers, je kunt hun specifieke vragen stellen en de mensen binnen zo een klankbordgroep zijn gemotiveerd. Maak gebruik van de ervaringen van je gebruikers!
  4. Voor bepaalde indicatoren is het nodig om richtlijnen op te stellen waarin de online activiteiten kunnen worden getoetst. Richtlijnen voor content, usability en design kunnen worden opgenomen in een contenthandleiding en webstijlgids. De concurrentiescan is uitgevoerd aan de hand van een aantal van deze richtlijnen, ook de portal en de onderwijswiki heb ik geanalyseerd op basis van deze richtlijnen.

Focus

Focus

Tenslotte licht ik een aantal elementen uit waar Xplora zich kan op focussen bij de internetstrategie:

  1. Promotie: de website is meer dan een toegangspoort tot de bronnen, het is een middel voor het promoten van de collecties, populaire materialen en de dienstverlening van Xplora.
  2. Segmentatie: verschillende doelgroepen hebben unieke behoeften. Xplora doet er goed aan om een onderscheid te maken tussen docenten en studenten bij het aanbieden van informatie en bronnen.
  3. Zoekmogelijkheden: eenvoudige zoekmogelijkheden, een zoekbox op iedere pagina en een federatieve zoekmachine zorgen voor een betere toegang tot alle bronnen, inclusief de informatie op de website zelf.
  4. Mobiel: mobiel is de toekomst blijkt uit vele onderzoeken en rapporten, bij de bouw van een website kan niet alleen maar gedacht worden aan het beeldscherm van een pc, daarnaast kan Xplora mobiele tefonie inzetten voor de dienstverlening, bijvoorbeeld het aanbieden van een mobiele catalogus en het mobiel reserveren van een werkplek.
  5. Interactie: gebruik de website om de dialoog aan te gaan met gebruikers, geef hen de mogelijkheid te reageren en laat ze zien dat Xplora luistert.
  6. Help: geef de gebruikers de mogelijkheid om op een eenvoudige manier online de hulp in te roepen van de Xplora medewerkers.
  7. “We’ll be where your are”: breng de digitale bibliotheek naar de gebruiker!

Deze presentatie staat ook op Slideshare en je kunt mijn hele scriptie (inclusief bronnenlijst en bijlagen) via volgende link downloaden: http://dl.dropbox.com/u/3796100/BiebmiepLeen/Informatie%20en%20Media/Afstudeeropdracht_incl.Bijlagen.pdf

17-11-09

#nvb09 Verbinden op inhoud

Afgelopen donderdag had ik mijn eerste NVB congres. Bart van der Meij gaf tijdens de openingssessie aan dat het een familiedag moest worden, gezellig én interessant werd het in ieder geval. Het thema was 'verbinden op inhoud' waarbij de mens centraal staat en in de ketting de schakel is tussen informatievraag en -aanbod. Storyteller Mirjam Mare vertelde het verhaal over Wasalisa die samen met haar 'popje' een avontuur beleefde. Ondanks het thema verandering kon het verhaal me niet echt boeien. Ook het 'happy end' was eigenlijk best gruwelijk, zoals @ritanila terecht opmerkte. De openingssessie werd afgesloten door één van mijn favoriete schrijvers, Bas Haring (ben hem voor het eerst tegen gekomen een jaar of 10 geleden op de Boekenbeurs in Antwerpen). Hij vertelde boeiend over zijn ervaringen met het ontsluiten van informatie in de vorm van 3 reflecties:

  1. Een perfecte ordening bestaat niet en dat hoeft ook niet, een grillige ordening past bij ons grillige mensen
  2. Ongeordende, niet-gecategoriseerde informatie zoals de koffieklets op Twitter is waarschijnlijk enorm nuttig voor wetenschappers in de toekomst
  3. De taak van bibliothecarissen is het bewaren van curieuze informatie en om deze informatie te laten voortbestaan moet ze zo min mogelijk gedeeld worden

Hij gebruikte daarbij op zijn kenmerkende manier uit zijn leven gegrepen voorbeelden, voor een uitgebreid verslag daarvan verwijs ik graag naar de blog van Dymphie. Daarnaast vind je in de laatste Informatie Professional het artikel Pile not file waarin Haring bovenstaand verhaal in verkorte versie ook uit de doeken doet. 

Na de openingssessie was het reppen naar studio 3 voor de lezing van Andrew Keen (op Twitter @ajkeen). Al veel over hem gehoord, niet altijd in positieve zin, maar heb zelf zijn boek The Cult of the Amateur niet gelezen, dus deze lezing was mijn eerste echte kennismaking met hem. Met luide stem preekt (met nadruk) Keen zijn mening over web 2.0. Hij geeft aan dat sociale netwerken helemaal niet 'sociaal' zijn, maar juist bestaan uit individualisten. Sociale netwerken hebben helemaal niets te maken met de maatschappij, volgens Keen zijn ze juist het bewijs dat de maatschappij verloederd. Web 2.0 vervangt een verdwijnende maatschappij. Internet is een nieuw chaotische orde. De meeste van ons zijn maar volgers binnen sociale netwerken, we voelen de druk om mee te doen. Alhoewel velen verkondigen dat het internet en web 2.0 ervoor zorgen dat de mensen meer gelijk zijn (the world become flat again) is dat volgens Keen niet zo, in sociale netwerken zien we nog steeds een hiërarchie (80% passieve volgers, 20% actieve deelnemers).  Een negatief beeld dus, maar Keen zegt dat hij niet negatief is, hij is voor technologische vooruitgang, maar hij is tegen sociale netwerken. We geven volgens mij heel wat op. Als voorbeeld daarvan geeft hij de privacy en de verplichting tot een 'publiek leven'. Alhoewel het niet erg is een tegengeluid te brengen in de web 2.0 wereld is het juist dat preken van Keen dat me tegen sloeg en waardoor zijn verhaal niet op me overkwam. Daarnaast ben ik het niet eens met zijn negatieve uitspraken over de verplichting aan sociale netwerken mee te doen en het opgeven van privacy. Het is nog steeds je eigen keuze of je je aanmeldt bij zo een netwerk en je bepaalt zelf wat je precies op zo netwerken over jezelf bloot geeft. Tijdens de pauze erna kreeg ik hierover tegenwind van een collega van me: bij bijvoorbeeld het zoeken naar werk loop je veel voordeel mis in het solicitatieproces wanneer je jezelf niet verkoopt via sociale netwerken als LinkedIn. Toch is dit niet een goed voorbeeld om aan te geven dat Keen gelijk heeft wat betreft druk! Je kunt LinkedIn ook zien als gewoon een hulpmiddel, een middel tot, een middel wat je inzet. Voorbeeld: via LinkedIn is mijn vriend aan zijn huidige job geraakt, maar de druk - de verpichting zich onder te dompelen in de web 2.0 society - waarover Keen het heeft is hem absoluut niet bekend. Voor een gedetailleerder verslag van de lezing van Keen verwijs ik weer naar de blog van Dymphie! Overigens is het nieuwe boek Digital Vertigo : Inequality, Anxiety and Isolation in the Social Media Age van Keen de aanleiding van zijn bezoek aan het NVB Congres.

Tijdens de lange pauze heb ik gezellig bijgepraat met mijn oud-collega's van HS Zuyd, gesnoept van de chocoladebonbons van @dapperebas naar aanleiding van de nieuwe functie van Twitter 'Lists' en rondgewandeld op de beurs. In de namiddag stonden er nog 3 lezingen op mijn programma.

De eerste lezing was van Maja van der Zijden. Als verandermanager heeft zij een unieke kijk op organisaties. Als dienstverlener staat het opbouwen van referenties centraal. Van der Zijden noemt het maken van contact tussen dienstverlener en klant het creatieve proces. Dit is een moment van het toeval, of dit creatieve proces succesvol is hangt van veel factoren af (hoe je op dat moment geluimd bent bijvoorbeeld). Bij dienstverlening gaat het niet om de functie of professional van de dienstverlener maar om de mens zelf. Sommige mensen zijn verbindingsmakend van zichzelf, andere niet (zij moeten iets in hun eigen persoonlijkheids-pakket compenseren). Kortom, het gaat om de dienstverlener, je moet hun zo managen dat ze de klant optimaal kunnen bedienen. Maar hoe pak je dat aan? Van der Zuiden geeft een paar tips en richt zich daarbij op de diensten zelf en op de dienstverlener:

  • Denk na over welke je diensten je wilt aan bieden, en vooral ook welke niet of niet meer. Het is voor de dienstverlener makkelijker als dit duidelijk is. Het product is namelijk ondersteunend aan de dienstverlening en niet leidend! Blijf je diensten herhaaldelijk aanbieden via heel veel verschillende manieren/kanalen en focus (dus niet te veel diensten willen aanbieden)!
  • Geef je dienstverlener zijn waarde! Dit is niet hetzelfde als hem in zijn waarde laten. Dit zorgde wel voor verwarring het publiek. Het blijkt ook moeilijk te zijn voor van der Zijden om dit concreet uit te leggen. Waarde geven is zeker niet gelijk aan het voortdurend geven van complimentjes. Je moet naar de positieve en negatieven kanten van de persoon kijken. En je  moet die kanten matchen met de werkzaamheden die er moeten gebeuren. Je moet kijken wat je in huis hebt en de mensen daar inzetten waar ze graag ingezet willen worden. Maar hoe pak je dat aan met een grote groep medewerkers en wat met werkzaamheden die daarna overblijven? Hoe zoek je een een evenwicht tussen wat je medewerkers willen en wat er moet gebeuren? Terechte vragen uit het publiek die niet naar ! Van der Zijden benadrukt dat je vanuit een manager vanuit zijn mensen moet blijven denken en niet moet vervallen in werkzaamheden / competenties!

Het werd een naar mijn gevoel beetje rommelige presentatie met abstracte begrippen waarbij het publiek snakte naar concrete oplossingen die Marja van der Zijden niet helemaal kon geven. Toch heb ik het gevoel dat haar aanpak niet helemaal uit de lucht is gegrepen, van der Zijden wil gevoel brengen in management en de mens centraal stellen. Naar eigen zeggen heeft ze deze aanpak al succesvol toegepast bij meerdere bedrijven. Ze spreekt met passie, dat is zeker en ik heb haar boek De serviceknoop : het managen van diensten en dienstverlening, op mijn 'te lezen lijst' geplaatst!

Na een korte theepauze was het tijd voor de twee laatste lezingen. Eerst ben ik gaan luisteren naar Lilia Effimova (@mathemagenic op Twitter) die vertelde over haar promotieonderzoek naar bloggen vanuit een kennismanagementperspectief. Ze deelde haar presentatie in in 3 stukken:

  1. Wat je moet weten over bloggen
    Bloggen = personal space in public
    Je kunt een blog gebruiken om dingen te publiceren die 'de wereld' mag lezen en als conversatie met jezelf (reflectie), daardoor is het ook 'knowledge based'. Bloggen is in dit opzicht eigenlijk niet nuttig om te converseren (met je lezers). Volgende taken die in aanmerking komen voor bloggen: het ondersteunt het werken, het is een plaats voor 'kleine stukjes die nergens anders passen', het zorgt voor sporen in de tijd (je kunt teruglezen wat je hebt gedaan of wat je gedachten waren over een bepaald iets), voor feedback (aan jezelf of van anderen) en het opbouwen van 'een reputatie' en het opbouwen van relaties. Maar het lezen van een blog is een keuze, je kunt dus als je blogt er niet van uit gaan dat iemand anders het leest. Door te bloggen op het werk ben je transparanter bezig! Je moet er wel een routine in krijgen (bloggen is als ademen). Soms kan het er voor zorgen dat je er de autoriteiten mee omzeilt (je bent door je blog meer zichtbaar dat je baas).
  2. Welke toegevoegde waarde bloggen heeft binnen een organisatie
    Bloggen vanuit het kennismanagementperspectief:
    Bloggenkm
    - ideeën, gesprekken en relaties
    - work in progress
    - dingen die niet urgent, maar wel belangrijk zijn
    - onverwachte connecties
    - leren van het werkproces (distributed apprenticeship)
  3. Hoe je bloggen faciliteert binnen je organisatie
    Maak gebruik van weblogs, want het is persoonlijk betekenisvol voor medewerkers op een lange termijn. Zorg dat de medewerker vrijheid heeft van eigendom en dat er geen doelstellingen aan vast zitten, maatregelen voor bloggen in een werksetting zijn waardeloos.
    'Ecosystem of bits and people':  voordat je zelf begint met bloggen kun je best eerst blogs gaan lezen, zorg voor een zo groot mogelijk bereik (niet alle informatie is vertrouwelijk), zorg voor vindbaarheid via zoekmachines en indexen, zet tools in om reacties/feedback te monitoren.
    Vertrouwen, coaching, middelen en appreciatie is belangrijk voor het management om te geven aan medewerkers die bloggen. Daarnaast kun je de inhoud van een blog hergebruiken en integreren in andere (communicatie)systemen binnen de organisatie.

De hele presentatie van Effimova:

Naar de laatste presentatie keek ik wel uit: Eppo van Nispen van DOK Delft over de toekomst van informatie. Ik had al een presentatie van hem meegemaakt op het IFLA congres afgelopen augustus. Toen was ik al onder de indruk van hem en daarom was het fijn dat ik hem deze keer in het Nederlands kon meemaken. Ook al werd me verteld dat hij elke keer grotendeels hetzelfde verhaal verteld. Van Nispen weerlegde dat laatste al aan het begin van zijn presentatie: 'Ik heb het over het gebruik van informatie in de verre toekomst, het zou maar raar zijn als ik dan iedere keer een andere toekomst zou schetsen'! Veel aspecten van zijn presentatie van augustus passeerden nu dus ook de revue. Ik verwijs dan ook graag naar mijn verslag toen en herhaal hier de 6 belangrijkste trends voor de toekomst:

  1. Mobiel, informatie komt uit je broekzak
  2. Zoektechnologie gaat als een speer
  3. Informatie = big business
  4. (Digitale) netwerken worden belangrijker
  5. De wereld wordt visueler
  6. Focus op mensen

In 2050 komt informatie op maat naar je toe:

'I didn't find it, it find me!'

Van Nispen gaf een eigen samenvatting van zijn presentatie: Waar gaan we naar toe met de bibliotheken?

  • De jeugd is anders dan nu
  • De telefoon/mobiel wordt het belangrijkste informatiekanaal
  • Kwaliteit = rekbaar, dus in plaats daarvan creativiteit
  • FUN!
  • Issue: copyright
  • Enthousiaste medewerkers
  • E-inclusie
  • Mediawijsheid
  • Bibliothecaris is een spannend beroep, claim die plek!
  • Kinderen zijn onze toekomst
  • Think different!

De zaal zat vol (tip aan organisatoren waar Van Nispen komt spreken: geen kleine zalen voor hem :-) ) en het publiek reageerde enthousiast! Van Nispen gaf aan dat hij onze geen plezierige 30 minuten zou geven, dat hij wil choqueren! Hij geeft mij (nu al 2x keer) het WOW effect en hij was bij deze NVB dag de kers op de taart :-)! Zijn manier van presenteren moet een voorbeeld zijn voor iedereen (al is dat natuurlijk niet voor iedereen weggelegd)!
PS: Minority Report is mijn filmtip voor iedereen die dit leest :-)

Tot zover mijn verslag van deze leerzame en gezellig dag! Om af te sluiten: het viel me op dat van de 6 sprekers die ik heb gezien (inclusief Mirjam Mare en Bas haring) er maar 2 de traditionele  powerpointpresentatie (eigenlijk maar 1 want van Nispen gebruikt de ppt op een niet-traditionele manier ;-) ) hebben gebruikt (dat was ooit wel eens anders), een positieve evolutie!

11-11-09

#IFLA2009 Laatste terugblik

SCHANDALIG, mijn laatste blogbericht is van meer dan 2 maanden geleden!! Sorry, zoals de meeste onder jullie ondertussen wel weten heb ik het op dit moment erg druk met andere zaken! Maar dat neemt niet weg dat ik jullie nog een laatste post verschuldigd ben over het IFLA congres in Milaan! Ik heb jullie namelijk nog niets verteld over mijn bezoek aan de bibliotheek van de Milano "Bicocca" University en over de Milaan City Tour waarbij ik lekker de toerist heb uitgehangen!

Tijdens mijn weekje in Milaan ben ik op woensdag 26 augustus dus op bezoek geweest bij de bibliotheek van de Milano "Bicocca" University. We konden uit een hele lijst van bibliotheken kiezen. Ik wou graag naar een universiteitsbibliotheek. Natuurlijk wilde iedereen naar de mooie Rennaissance Bibliotheek van de Roman Catholic University of the Sacred Heart, maar ik heb voor "Bicocca" gekozen omdat ze als enige ook een Engelstalige website hadden. Misschien een raar criteria, maar ik nam aan dat ze dan internationaler geörienteerd waren dan de andere twee op de lijst.
De reden waarom zij wel een Engelstalige website hebben is omdat de universiteit nog maar 10 jaar bestaat. Hun website is dus nieuw en ze hebben daarbij vanaf het begin tweetaligheid nagestreefd. De universiteit ligt in een industrieel gebied van Milaan (buiten het centrum) en dat kan je ook aan de architectuur zien:

Van IFLA 2009

We werden rondgeleid door een enthousiaste medewerker die tevens een IFLA vrijwilliger was. Hij was dus al de hele tijd druk in de weer op het congres en mocht nu groepen deelnemers rondleiden in zijn eigen bibliotheek.
De "Bicocca" universiteit heeft 3 bibliotheken. Wij waren te gast in de centrale bibliotheek. Deze was oorspronkelijk in 1998 begonnen als bibliotheek voor economie en recht. Daarna zijn ze uitgebreid met psychologie, pedagogiek, sociologie, statistiek en ict. Daarnaast zijn er 2001 nog 2 kleinere departementsbibliotheken geopend: Science Library (wiskunde, fysica en natuurwetenschappen)  en Medicine Library.
Aan de universiteit studeren 30.000 studenten en werken 3.000 medewerkers. De bibliotheek heeft ongeveer 150.000 boeken en 2.000 tijdschriften in bezit, en geeft toegang tot 20.000 e-journals en 100 databanken.
De bibliotheek heeft een moderne en rustgevende uitstraling en de boeken staan allemaal in open kasten. Daarbij is er gekozen voor een opstelling waarbij boeken over hetzelfde onderwerp bij elkaar geplaatst zijn in ruimtes:

Van IFLA 2009

Dit zorgt ervoor dat studenten die rond eenzelfde onderwerp aan een onderzoek/rapport bezig zijn meestal bij elkaar zitten in deze ruimtes!
Op het moment dat wij er waren was het er extreem rustig, maar we kregen ook te horen dat de bibliotheek normaal ook nog dicht zou zijn geweest (zoals altijd in augustus), maar ze nu speciaal open waren voor het IFLA congres.

Hier vind je alle foto's van de rondleiding door de bibliotheek.

De avond er voor, op dinsdagavond 25 augustus, hadden we de social evening van het congres en daarin hadden we toch een paar speciale gebeurtenissen. Zo werd Luca Paciolo's boek De Divina Proportione geïllustreerd door Leonardo da Vinci speciaal voor ons tentoongesteld in de Galleria Vittorio Emanuele II:

Van IFLA 2009

En we konden een concert (harp en Stradivarius viool) bijwonen in de Duomo Santa Maria Nascente waarvan ik volgend stukje heb opgenomen:

Om ook wat van de stad Milaan te kunnen zien had ik me op voorhand aangemeld voor een city tour door Milaan, vooral omdat dit ook de enige mogelijkheid was om de beroemde fresco van Leonardo da Vinci te bekijken. De geslaagde city tour die op donderdag 26 augustus plaats vond, bracht me bij volgende bezienswaardigheden:

Het Laatste Avondmaal mochten we niet fotograferen, maar van de rest van de tour heb ik heel wat fotootjes gemaakt.

Op de laatste dag van het congres zijn we 's middags ook nog even op de
Duomo Santa Maria Nascente geweest met een adembenemend uitzicht over de stad!

En zo heb ik dus naast heel interessante lezingen ook wat cultuur opgesnoven tijdens mijn IFLA tripje!

Als afsluiter nog een keer al mijn foto's van deze geweldige week in Milaan:

En oja, voor wie zelf een keer naar Milaan gaat, ga zeker een keertje eten bij Pàpa Franceso, een gezellig familierestaurant vlakbij de Galleria Vittorio Emanuele II. Hier legt de eigenaar zelf uit waarom je bij hem moet eten:

Van IFLA 2009

In nummer 5 van de Digitale Bibliotheek heb ik een artikel geschreven over mijn tripje naar Milaan, de tekst heb ik opgenomen in mijn portfolio!

3-9-09

#IFLA2009 De proactieve bibliothecaris

Vorige week donderdag heb ik op het IFLA congres een sessie gevolgd van de sectie Reference and Information Services over de proactieve bilbiothecaris.

------------------------------------

De eerste spreker was Yoo-Seong Song van de Universiteitsbibliotheek van Illinois. Hij had het over de bibliothecaris als carrière consulent. Uit onderzoek bleek dat studenten tevreden waren over de bibliotheek en de diensten, maar dat ze behoefte hadden aan hulp bij hun carrière na hun studie. Om hieraan tegemoet te komen biedt de bibliotheek nu workshops aan én een persoonlijk leerprogramma. De studenten (3000, het is een casestudie binnen de bibliotheek voor business en economie) doen vooral mee aan de workshops, maar kunnen ook vrijwillig kiezen voor een persoonlijk ontwikkelplan:

3082009_124239

De bibliotheek richt zich daarbij op volgende drie speerpunten:

  1. Persoonlijk: een bibliothecaris met uitgebreide ervaring (de bibliothecaris ontwikkelt zich als carrière consulent en bouwt een persoonlijke relatie op met studenten, hij richt zijn diensten op de unieke situatie van iedere student en leert de achtergrond van de student kennen)
  2. Bronnen: elektronische databank met bronnen relevant voor carrière ontwikkeling (dit was voorheen de enige dienst van de bibliotheek op dit gebied)
  3. Connectie: potentiële partnerschap met de belangrijks actoren (opbouwen van relaties met bedrijven, bedrijven komen terug naar de universiteit om nieuwe studenten te werven omdat ze positieve ervaring hebben met dit nieuwe bibliotheekprogramma, bedrijven leren de bibliothecaris kennen)

Door deze nieuwe service aan te bieden gericht op de behoefte van de studenten kreeg de bibliotheek een nieuwe positie binnen de universiteit, van reactieve aanbieder naar proactieve partner:

Dsc04217

De bibliothecaris werd zelfs uitgenodigd voor het panel binnen de universiteit dat werd opgericht naar aanleiding van de economische crisis waardoor studenten nog moeilijker aan het werk kwamen! Yoo-Seong Song geeft aan dat relatiemanagement heel belangrijk is voor bibliothecarissen: steek tijd en energie in het opbouwen van relaties buiten de bibliotheek, dat is proactief zijn, deze relaties moeten individueel een persoonlijk zijn! Een logische vraag is of wij als bibliothecaris wel in staat en in de positie zijn om een carrière consulent te worden. Yoo-Seong Song zijn antwoord hierop is: anderen (Google, uitgevers, ...) komen zich wel moeien met onze expertise en ons domein, waarom zouden wij dan bang moeten zijn om in hun / een ander domein te stappen om zo ons voortbestaan te verzekeren?

------------------------------------

In de tweede presentatie werd er ingegaan op casestudies in India en Canada. Het werd helaas nogal een theoretisch praatje met veel slides en veel tekst waarbij ik de draad vlug kwijt geraakte, maar volgende punten heb ik wel meegenomen:

Proactief zijn als bibliotheek betekent:

  • De situatie creëren en controleren door initiatief te nemen
  • Een link te vormen tussen nieuwe technologie en competenties
  • Het web en nieuwe technieken te exploreren
  • Meer een onderwijsrol op te nemen
  • De bibliotheekwebsite te gebruiken als training- en leertool
  • onderwerpgerelateerde informatie aan te bieden (maatwerk)

Dsc04229

In India doen ze dit door:

  • Zich aan te passen aan de technologische veranderingen door gerelateerde competenties in de bibliotheek te brengen
  • De website aan te passen zodat die een trainingtool wordt om nieuwe IT-vaardigheden aan te leren aan studenten
  • Ontwikkelingen door te voeren samen met de faculteiten
  • De bibliotheekmedewerkers te motiveren proactief en gebruikersgericht (gericht op de behoeften van studenten en faculteiten) te zijn
  • Relatiemanagement
  • Zich te informeren over het curriculum en een proactieve rol op te nemen in de ontwikkeling van het curriculum
  • Informatievaardigheden te promoten
  • Actief te zijn via blogs, gebruik van RFID, marketing en casestudies binnen de bibliotheek
  • Herinrichten van de bibliotheekwebsite als eerste plaats voor bronnen (informatie) en tools (techniek) voor het onderwijs

In Canada doen ze dit door:

  • Zich ook meer te richten op hun onderwijsrol door het geven van trainingen
  • Informatievaardigheden te integreren (bronnen in de context van het onderwijs plaatsen), interactieve instructies aan te bieden en ze aan te passen aan het onderwerp (dat wil zeggen de context, de situatie en de onderwerpen binnen het onderwijs; niet aan te passen aan de studenten want die doen net genoeg moeite om door te zijn en niet meer)
  • Proactief te zijn, samen te werken en zich pedagogisch op te stellen
  • Het herkennen en begrijpen van verschillende leerstijlen en hun leerprogramma's (workshops, instructies) daar op aan te passen
  • Curriculumbased te werken
  • Goede vakreferenten te zijn
  • Databanken uit de leggen via algemene online tutorials waardoor en ruimte (tijd en energie) vrijgemaakt kan worden voor persoonlijke trainingen en vragen (dus specifiek gericht op het probleem van de student)

Zoals je kunt lezen bleef het dus allemaal heel theoretisch en werd het niet concreet gemaakt door voorbeelden (hoe ziet zo een website er dan uit, hoe ziet het curriculum er uit, hoe zien trainingtools er uit, ...) en dat was erg jammer!

------------------------------------

Gelukkig kregen we wel een concreet voorbeeld te zien in de laatste presentatie! Lotta Gustafsson en Mattias Rieloff van de Universiteitsbibliotheek van Växjö Zweden legde uit hoe ze de website hebben aangepast aan de wensen van de gebruikers. Ze hebben zelfs gebruikers ingezet om hun hiermee te helpen. Studenten hebben namelijk de website gecreërd door middel van kaartsorteren (14 groepen met 2 tot 4 studenten in iedere groep). Ze moesten zo webcontent die volgens hen bij elkaar hoorde bij elkaar leggen en ze mochten nieuwe webcontent naar believe toevoegen of weggooien. De kaart met bibiotheekcollectie belandde zo in de prullenbak (oeps). Bibliotheekmedewerkers waren aanwezig bij deze sessies, zij namen notities en stelden vragen over de beslissingen die de studenten namen. Naast het kaartsorteren werden en groepdiscussies gehouden die voor verdieping en focus op bepaalde onderdelen van de website zorgden. Om hierbij de dicussie aan te wakkeren moesten de studenten die hieraan deelnamen 4 artikelen lezen over 'informatie zoeken' en gerelateerde onderwerpen en op deze artikelen reageren. Daarnaast namen nog eens 600 studenten deel aan een online vragenlijst. Uit dit onderzoek kwamen volgende dingen naar voren:

  • Webgebaseerde onderwerps- en zoekgidsen worden als zeer handig ervaren door studenten
  • Korte stukken tekst met veel witruimte er tussen voor de lay-out van de website en een persoonlijke stijl van schrijven spreekt de studenten aan
  • Studenten willen niet lezen wat de bibliotheek doet maar komen naar de bibliotheekwebsite met een praktisch doel
  • Belangrijk is dat studenten de taak waarvoor ze (dat praktisch doel) naar de website komen op een eenvoudige en snelle manier kunnen uitvoeren
  • De belangrijkste informatie moet dan ook in het midden van de website worden getoond en alle overbodige dingen moeten verwijderd worden op de homepage (bijvoorbeelden, geen nieuws op de homepage, maar daarvoor doorlinken naar een blog)

Dsc04230

De nieuwe website is aangepast aan deze conclusies. En er komen positieve reacties binnen over deze nieuwe opzet! Samenwerken met gebruikers werkt dus echt, ze willen daarom verder samenwerken met studenten ook voor het ontwikkelen van andere bibliotheekactiviteiten. Het is belangrijk om systematisch de gezichtspunten van de gebruiker te verzamelen en te gebruiken, studenten worden zo een partner in bibliotheekontwikkeling.

Dsc04231

Op mijn vraag na de presentatie hoe ze in hemelsnaam die studenten zo ver hadden gekregen om mee te doen aan dit onderzoek gaven de sprekers aan dat ze een lokmiddeltje hebben gebruikt: ze konden een ipod winnen. Nou, ik vind het knap hoor, ik blijf toch een beetje met het gevoel zitten of een ipod wel genoeg is om Nederlandse studenten zover te krijgen??? Dus daarom dubbel chapoo voor dit onderzoek en het resultaat mag er zeker wezen!

30-8-09

#IFLA2009 Social software/tools voor leren en kennisdelen

Afgelopen dinsdag op het IFLA congres woonde ik een sessie bij over het gebruik van social software en tools in bibliotheken. Deze sessie startte met een mooi overzicht van community tools door Frank Cervone van de Perdue Universiteit. Volgens hem is social software een blijvende trend, vooral grote bedrijven investeren in deze software. Naast de opsomming en korte beschrijving van de meeste tools, had hij het ook over hoe je een participatieve bibliotheek kunt worden. Hiervoor refereerde hij naar deze blogpost van Tim O'Reilly over de architectuur van participatie en dit artikel over participatieve netwerken in de bibliotheek met volgende routekaart om tot een participatieve bibliotheek te komen:
Colis05fig1
------------------------------------

In de tweede presentatie kwam de Nationale bibliotheek van het parlement van Chili aan het woord die succesvol social tools inzet om dichter bij het volk te komen én het volk de kans te geven mee te participeren in de politiek. Ze gebruiken YouTube, Facebook, blogs, RSS, ... Hun motto is dat je met het social web gesprekken kunt aangaan, beslissingen kunt maken en delen en nieuwigheden kunt vinden en verspreiden binnen de gemeenschap. Ze richten zich op kinderen en jonge mensen aan de ene kant en ouderen aan de andere kant. Bij kinderen leggen ze het parlementaire werk bijvoorbeeld uit aan de hand van rollenspellen, dit nemen ze op en plaatsen ze op YouTube. Door de nieuwe aanpak van de bibliotheekwebsite - een sociale interactieve omgeving in plaats van een verfijnd 'menu', waar de burgers 'context' ontvangen, zich kunnen trainen in nieuwe vaardigheden en relaties kunnen ontwikkelen die hun mogelijkheden tot het ondernemen van 'actie' richting het parlement uitbreiden - is het bezoekersaantal explosief gestegen (47% meer bezoekers) en kunnen ze nu verder gaan om antwoord te krijgen op volgende vragen:

  1. Wie zijn deze bezoekers, wie heeft behoefte aan ons als parlementsbibliotheek en wie negeert ons?
  2. Hoe kunnen we de burger mondiger maken binnen de politieke setting?
  3. Hoe kunnen we het parlement, de parlementariërs en de parlementaire democratie verder promoten?
  4. Hoe kunnen we meer te weten komen over de communities binnen de gemeenschap?

Soledad Ferreiro en José Miquel Muga eindigden hun presentatie met volgend statement:

Dsc04047_2

------------------------------------

In de derde presentatie liet een enthousiaste Stacy Langner ons zien hoe social software wordt gebruikt bij haar organisatie: Khulisa Management Services. Dit is een wereldwijde organisatie waardoor kennis delen moeilijk is: niemand weet waar een ander binnen de organisatie mee bezig is, er wordt veel dubbel werk gedaan, er zijn culturele verschillen en ze kampen met taalbarrières. Hun startpunt was hun intranet waarin ze volgende social software hebben verwerkt:

  1. Open Source Content Management Software: Drupal
    Dient als basis.
    Dsc04053
  2. Social Bookmarking: Delicious
    Voor het uitwisselen van interessant links.
    Dsc04054
  3. Document Sharing: Scribd
    Voor het uitwisselen van documenten.
    Dsc04057
  4. Digital Media Sharing: Flickr
    Voor het uitwisselen van foto's, vooral om het geheel persoonlijk en levendig te maken.
    Dsc04058
  5. Social Networking: LinkedIn
    Om ervoor te zorgen dat iedereen weet wie zijn collega's zijn en waar ze mee bezig zijn, om collega's over de hele wereld te (blijven) volgen en om ze te recommanderen.
    Dsc04060

Ten slotte werden volgende uitdagingen en lessen geformuleerd:

  • Er zijn 'champions' (medewerkers die veel participeren in deze social tools) nodig om het intranet levendig te houden
  • Integratie van al deze tools is moeilijk
  • Hoe ga je om met mensen die alleen maar passief meekijken en niet actief participeren
  • Je moet medewerkers niet forceren om persoonlijke informatie te delen, werk en persoonlijk leven bewust uit elkaar houden
  • 'Choose the right tool for the job' door te kijken naar de behoeften en opties en door de tools te testen in een kleine groep
  • Geef doorlopende training en 'reminders'

------------------------------------

Madeleine Lefebvre van de Ryerson Universiteit in Toronto (Canada) ging in de vierde presentatie in op het gebruik van social tools in hun universiteitsbibliotheek. Het grote voorbeeld van het sociale web is Wikipedia. Wikipedia is populair bij studenten en een uitdaging voor docenten door de lak aan strengheid en diepte bij het peer review proces. In Toronto heeft de bibliotheek daarvoor nu juist Wikipedia ingezet om studenten hierop attent te maken. Studenten kiezen hun eigen onderwerp en moeten wat er op Wikipedia over geschreven staat bekijken en bekritiseren en daarna zelf een uitgebreide bijdrage over dit onderwerp schrijven zodat die dan op Wikipedia kan geplaatst worden. Naast dit voorbeeld van het inzetten van Wikipedia werd in deze presentatie ingegaan op het gebruik van mobiele telefoons: 94% van de studenten gebruiken hun telefoon om te bellen met vrienden/familie, 85% om te sms-en, 63% voor het maken van foto's en 38% voor het luisteren naar muziek. Bij mobiel internetten gebruiken 46% van de studenten Gmail, 13% Facebook en maar 10% gebruikt het echt om te surfen. De universiteitsbibliotheek biedt volgende mobiele diensten aan:

  • Het verzenden van een sms met de gegevens en plaatsingscode van het boek naar de mobiele telefoon van de gebruiker
  • Het reserveren van werkplekken (er zijn ondertussen al 17000 mobiele reserveringen gedaan)
  • Mobiele catalogus
  • Het reserveren van vaste computers en laptops (indien de laptops op dat moment niet beschikbaar zijn ook de mogelijkheid om een seintje te krijgen als er een laptop terug komt)
  • Mobiele gidsen waarbij informatie gerelateerd aan de faculteit of aan een cursus bij elkaar is gebracht
  • Praktische informatie: vind gebouwen, lokalen, laboratoria, faculteiten en diensten via GPS
  • Location Based and Context Awareness Services: biedt relevante informatie op basis van de locatie en de profiel van de student (bijvoorbeeld: 2 lokalen verder zit er een student die voor dezelfde modules als jij heeft gekozen of die aan een paper werkt over een gerelateerd onderwerp aan jouw paper)

Deze diensten worden ook ontwikkeld door de eigen studenten! Meer informatie over mobiele universiteitsbibliotheekdiensten vind je op de website van m-libraries.

Dsc04077

Om de bibliotheekmedewekers de mogelijkheid te geven kennis te maken met nieuwe web 2.0 tools en diensten en ze te laten nadenken over de impact van deze tools op de eigen bibliotheek, heeft de bibliotheek het project RULA 2. o opgezet gebaseerd op de 43 dingen van Stephen Abram en het 2.0 leerprogramma '23 things' van Helene Blowers. 45 medewerkers zijn 'afgestudeerd' en er is grote vraag naar dit programma vanuit de andere diensten en faculteiten van de universiteit. De bibliotheek is zo beter op de kaart gezet binnen de universiteit en er is een 'technology petting zoo' ingericht. Uiteindelijk heeft de bibliotheek zelfs een heel nieuw intranet ingericht gebaseerd op social networking en gebouwd door eigen IT-studenten waarbij interactie voorop staat!

------------------------------------

In de vijfde presentatie kwam weer een parlementsbibliotheek aan bod, deze keer van het parlement van Nieuw Zeeland. Het ging niet zozeer om de diensten van de bibliotheek of om technologie, maar meer om hoe je mensen kunt laten participeren! Een heel persoonlijk praatje van Moira Fraser die haar inspiratie haalt uit 'Brain Rules' van John Medina, de 'knowledge cafés' van David Gurteen (over hem heb ik het al eerder gehad op mijn blog: hier en hier) en de presentatietechnieken van Garr Reynolds (ook zijn naam is al eerder op mijn blog voorgekomen in een uitgebreid artikel over zijn boek PresentatieZen). Social networking zorgt voor meer betrokkenheid, conversatie, meer interesse, meer context en meer gebruik van zintuigen en mensen leren beter wanneer ze betrokken zijn. Je moet bijvoorbeeld geen lezing geven maar een workshop, hierdoor krijgt de spreker minder controle maar geeft de controle weg aan de deelnemers: zij converseren, zijn zijn betrokken, zijn denken na en ze lossen problemen op. Dus geen expert vooraan in de zaal maar de hele groep (deelnemers en spreker) zijn de experts. Moira Fraser werkt bijvoorbeeld met fotoboeken in de plaats van presentaties. Door het gebruik van foto's (en vooral foto's waarop emotie te zien is) lokt ze meer interactie uit bij deelnemers en kunnen ze discussiëren over de foto's. Daarnaast laat ze de deelnemers bewegen (werken met staande borden waarop iedereen dingen moet schrijven). Ook vraagt ze feedback van de deelnemers aan de workshop via tekeningen. Engage, explore, attract!

------------------------------------

De zesde presentatie van deze sessie was van Vlaams/Nederlandse bodem: Karolien Selhorst vertelde over het gebruik van social tools in de Openbare Bibliotheek van Vlissingen. Het doel van deze bibliotheek is om te focussen op de gebruiker en daar te zijn waar de gebruiker is (digitale bibliotheek / bibliotheek 2.0). De bibliotheekdiensten moeten dan ook gepersonaliseerd zijn (de kwaliteit van de dienst hangt af van de interactie tussen de medewerkers van de bibliotheek en de gebruikers), minder afhankelijk zijn van individuele expertise en gebaseerd zijn op teamwork en gedeelde kennis. De focus ligt dan ook op kennismanagement gefaciliteerd door social tools (= kennismangement 2.0). Deze focus heeft 2 dimensies: intern op het faciliteren van kennismanagement en extern op het delen van deze kennis met gebruikers en andere organisaties. De interne dimensie wordt bewerkstelligd door de bibliotheekwiki die het intranet vervangt.  De doelen van de wiki zijn: het faciliteren van kennisprocessen binnen de bilbiotheek, samenwerking ondersteunen en het zichtbaar maken van 'verborgen' kennis. De wiki is een eerste stap in het proces om diensten voor de gebruiker te verbeteren. De tweede stap is de integratie van de wiki in Question Manager. Question Manager is nieuwe software ondersteunt en maakt de manier waarop gebruikersvragen worden behandeld zichtbaar. De software is geïntegreerd in de bibliotheekwiki. Een gebruikersvraag wordt van metadata voorzien en opgenomen in Question Manager en via de wiki automatisch gekoppeld aan de bibliothecaris(sen) die het best op de vraag antwoord kan/kunnen geven (de metadata van de vragen worden gematchd met de metadata in de profielen van de bilbiothecarissen). Question Manager maakt het mogelijk dat meerdere bibliothecarissen samenwerken aan het antwoord waardoor de service naar de gebruiker toe verbeterd door de collectieve expertise/intelligentie. Tenslotte wordt het antwoord opgeslagen in de database van Question Manager en deze database wordt automatisch geïndexeerd door Google waardoor de bibliotheek meer zichtbaar is in deze populaire zoekmachine (dit is een primeur in Nederland). De volgende stap is om niet alleen binnen de Openbare Bibliotheek van Vlissingen samen te werken aan een antwoord, maar dat de bibliotheek samenwerkt met andere organisaties om een antwoord te formuleren (een landelijk netwerk opzetten). Hierdoor wordt de bibliotheek een belangrijk knooppunt in de kenniseconomie!

------------------------------------

Ten slotte kwam Frank Cervone weer aan het woord, hij ging afsluitend in op het gebruik van social networktools in bibliotheken. Er zijn verschillende soorten gebruikers en het gebruik van deze tools stijgt:

Dsc04103_3 Dsc04104_2

Hij heeft onderzoek gedaan naar websites van de openbare en academische bibliotheken in Illinois en het gebruik van social networktools in deze bibliotheken. Chat, blogs en Twitter worden meer gebruikt in de academische bibliotheken dan in de openbare.

Dsc04107

Enkele conclusies uit zijn onderzoek: het gebruik van social tools onder inwoners van Illinois stijgt snel, maar het gebruik van social tools in de bibliotheken van Illinois is eigenlijk nog beperkt. Demografische gegevens zoals hoogte van het inkomen van de inwoners lijken invoed te hebben op het gebruik van social tools in de bibliotheken m.a.w. de bibliotheken in de welgestelde regio's van Illinois gebruiken eerder social tools dan in de wat minder welgestelde regio's.

26-8-09

#IFLA2009 Een bibliotheek waarin alle generaties bibliothecarissen zich thuis voelen

Maandagmiddag ben ik op het IFLA congres aangeschoven bij  een sessie over het creëren van een prettige werkomgeving voor alle generaties bibliothecarissen. In de twee bibliotheken waar ik werkzaam ben (geweest) had/heb ik te maken met een mix van oudere en jongere bibliothecarissen. De vastgeroeste (euhm euhm) ervaren rotten in het vak en de jeugdige enthousiaste (euhm euhm) jonge honden bij elkaar! Deze sessie vloeide voort uit de satelietmeeting 'Moving in, moving up, and moving on: strategies for regenerating the library and information profession' die vlak voor het IFLA congres plaats had in Bologna. Het begin van deze sessie op het conges hield dan ook een introductie in van deze satelietmeeting en de aankondiging van de bijbehorende publicatie. Maar eigenlijk gaat de geschiedenis al terug tot het IFLA congres in 2007 waar een sessie werd gehouden over 'Developing new professionals for the future'. Daar kwam het probleem naar boven dat jonge bibliothecarissen weinig steun krijgen van hun leidinggevenden. Daarom is de special interest group New Professionals gaan nadenken over hoe er een goede werkomgeving kan worden gecreëerd voor deze jongelingen, dat dus is uitgemond in de vermelde satelietmeeting en publicatie.

------------------------------------

In de eerste presentatie kwam de situatie aan bod waarin een jonge nieuwe manager te maken krijgt met oudere werknemers onder zich: 'The baby manages the boomers and beyond: new library administrators managing older workers in small library settings' gebruik makend van de casestudie in de Julia Hull District Bibliotheek. De presentatie werd gegeven door Wayne Finley (Northern Illinois University Library, Dekalb, USA) en Joanna Kluever (de jonge manager van de Julia Hull District Bibliotheek zelf waar het in de casestudie om gaat). In deze bibliotheek werken 8 mensen die boven de 40 jaar zijn: 1 is in de veertig, 2 zijn in de vijftig, 2 zijn in de zestig en 3 zijn zelfs in de zeventig. In het begin van de presentatie werd er aangegeven dat oud worden gepaard gaat met korte termijn geheugenverlies, een mindere responstijd en mindere controle over de motoriek (deze uitspraak lokte een bezwarende reactie uit van in het publiek wat veel zegt over de gemiddelde leeftijd van dat publiek :-) ), dit heeft veel impact op vooral kleinere bibliotheken omdat de functies daar meer multitask zijn, parttime en computergericht. Ook het feit dat bibliotheken veranderen en technologie een grotere rol speelt zorgt voor problemen bij de oudere generatie bibliothecarissen:

  • Functies in de bibliotheek veranderen
  • Bibliotheken richten zich meer op het vormen van een community
  • De toegang tot bibliotheekmaterialen wordt meer en meer online
  • Er vindt een reorganisatie van de bibliotheekmaterialen plaats
  • Oudere bibliothecarissen zijn geen internetgebruikers (ze zijn er niet mee opgegroeid)
  • De technologie is complex
  • Alles gebeurd nu met de computer
  • Er worden meer technische vragen gesteld aan de informatiebalie waar de (oudere) baliemedewerkers mee te maken krijgen

De volgende oplossingen werden in de presentatie aangedragen:

  • De waarde van oudere mensen herkennen: ze zijn loyaal, ze zijn betrouwbaar, ze hebben levenservaring, ze komen op tijd op hun werk en blijven niet thuis voor elk kuchje, ze blijven langer (geen jobhoppers), ze zijn al lang lid van de community en kennen zo iedere gebruiker
  • Het onderkennen en begrijpen van de 'generation gap', het begrijpen van de motivatie van oudere werknemers (waarom ze het werk - graag - doen) en daarop inspelen
  • Onderkennen dat stereotypen (vastgeroest enzo...) kan leiden tot misverstanden en conflicten
  • De jonge manager moet de oudere werknemers serieus nemen, ervoor zorgen dat ze betrokken blijven, ze aanmoedigen om mee te doen aan nieuwe programma's/projecten, de energie bij de werknemers opbouwen, de vaardigheden van de werknemers matchen met de taken die er zijn, zorgen voor ergonomische werkplekken en -middelen en flexibele werktijden toestaan (zodat de werknemers op het voor hun gepaste moment naar de tandarts kunnen of op hun kleinkinderen kunnen passen)
  • Communicatie als oplossing: de jonge manager moet op verschillende manieren met de werknemers communiceren (zorgen voor goede notulen) en als er veranderingen op tilt zijn eerst werken met testsituaties en de werknemers duidelijk uitleggen waarom de veranderingen nodig zijn
  • Ook zorgen voor een goede training van de werknemers bij nieuwigheden

Tenslotte werd er op gehamerd dat deze problematiek ook aan bod moet komen in de bibliotheekopleidingen zodat jonge bibliothecarissen die aan het hoofd komen te staan van een ouder bibliotheekteam om kunnen gaan met deze situatie.
Er kwam een reactie uit het publiek van een dame die aangaf dat deze problematiek (vastgeroest, niet met veranderingen kunnen omgaan, geen energie hebben, ...) niet betrekking heeft op de leeftijd maar op de persoon (een oudere bibliothecaris kan nog lekker veel energie hebben en een jongere bibliothecaris kan evengoed met zijn pet er naar gooien)! Op deze reactie volgde applaus van het publiek!

------------------------------------

De tweede presentatie was van een Oegandese dame van de Markere Universiteit die het had over hoe haar bibliotheek de medewerkers voorbereidde op nieuwe veranderingen. Ze had veel tekst op haar slides, sprak niet zo heel goed Engels en het was een beetje een onsamenhangend verhaal, maar het volgende heb ik er van meegepikt: bibliotheken moeten dynamisch zijn om met de vele veranderingen te kunnen omgaan, hierdoor moeten er bibliothecarissen 2.0 gecreëerd worden. De toekomst is moeilijk te voorspellen dus moet je bibliothecarissen juist leren hoe ze met veranderingen moeten omgaan. Het gaat hierbij om volgende uitdagingen:

  • Omgaan met de ict-veranderingen
  • Andere soort informatie dus ook andere manieren van ontsluiting
  • Federatief zoeken
  • Nieuwe publicatietools
  • Nieuwe kennismanagementtools
  • Het oprichten van communities (zowel virtueel als fysiek)
  • Het vergroten van de zoekvaardigheden

Hierdoor zijn er ook nieuwe vaardigheden nodig bij het bibliotheekpersoneel:

  • Communicatieve vaardigheden (communicatie met gebruikers)
  • Onderwijskundige vaardigheden (het geven van trainingen en instructies)
  • Evaluatieve vaardigheden (de kwalitatieve informatie kunnen selecteren uit de grote hoop)
  • ICT-vaardigheden
  • Vaardigheden in planning en organisatie / strategische vaardigheden
  • Vaardigheden met betrekking tot projectmanagement
  • Ondernemingsvaardigheden en innovatieve vaardigheden
  • Werken in teams
  • Educatieve vaardigheden (leren leren)

Ook werden volgende 'services' genoemd die de nieuwe bibliotheekomgeving vormen:

  • ICT-infrastructuur
  • Electronic Document Delivery System
  • Databases / e-Journals / e-Books
  • Repositories
  • Bibliotheekwebsite
  • Servers
  • Integrated Library System
  • e-Learning
  • Automatisatie van de administratie van de bibliotheek
  • Digitaliseren van materialen
  • Online catalogus
  • Informatievaardigheden
  • Open source software

------------------------------------

Matilde Fontanin van de Universiteit van Trieste ging in de derde presentatie in op de Italiaanse kant van de mult-generatie problematiek. In Italië werken er veel verschillende mensen in de bibliotheek: verschillende leeftijden, verschillende functies, verschillende contracten, ... Dit komt omdat er nog maar sinds 1990 bibliotheekopleidingen zijn in Italië en nog steeds is het diploma dat je met deze opleidingen krijgt niet verplicht om te werken in een bibliotheek. Je hebt dus in de bibliotheek self-made bibliothecarissen (die het vak hebben geleerd in de praktijk), de jonge bibliothecarissen die de bibliotheekopleiding hebben gevolgd en daarnaast ook nog een groep algemeen opgeleide werknemers (die de administratieve of andere niet bibliotheektechnische taken uitvoeren in een bibliotheek). Daarnaast hebben sommige bibliothecarissen een vaste baan, andere een tijdelijk onzekere baan en er werken ook nog heel wat vrijwilligers in de Italiaanse bibliotheken. Tenslotte is de positie van de bibliothecarissen binnen de universitaire setting 2 keer veranderd: van decentrale bibliotheken verbonden aan faculteiten naar een centrale bibliotheek en dan weer naar decentrale bibliotheken met een centrale aansturing (bibliothecarissen maken nu vast onderdeel uit van het hele universitaire personeelsbestand). Dit alles geeft personeelsproblemen: de jonge bibliothecarissen zijn hooggekwalificeerd maar hebben een onzekere toekomst door tijdelijke contracten, de oudere werknemers hebben geen diploma, en het administratieve algemeen opgeleid personeel voelen zich buitenstaanders. Dit 'zootje' bij elkaar moet natuurlijk wel samenwerken en een 'community' vormen! De Universiteit van Trieste tracht dit te bewerkstellingen door het opzetten van een e-learning systeem voor alle medewerkers via het zogenaamde 'blended learning':

By integrating learning into daily work activities, rather than segregating learning into something that happens off-site, blended learning can help library staff more quickly apply new skills to their daily work. Blended learning also provides opportunities to provide follow-up learning activities and review of learning materials that can boost retention and offer additional resources for learners needing additional help. (Staley, 2007)

Het leren wordt dus geïntegreerd in het werk van de medewerker. Door een experiment wilde de bibliotheek via deze e-learning methode ervoor zorgen dat alle werknemers een community of practice gingen vormen:

Communities of practice are groups of people who share a concern or a passion for something they do and learn how to do it better as they interact regularly. (Wenger, 1999)

Door dit experiment kwamen ze tot de volgende conclusie: 'blended learning' kan leiden tot een 'community of practice' en volgende lessen werden getrokken:

  • De betrokkenheid tot het e-learning programma is groot
  • E-learning is tijdrovend, maar niet tijdroverender dan andere methodes
  • Je moet praktische doelen stellen bij het programma
  • Een gebruik van een forum waarop discussies over het e-learning programma kunnen plaats vinden maakt het programma levendig
  • Er moet wel een stimulerende tutor aan te pas komen
  • Je moet uitgaan van reële situaties (voorbeelden uit de praktijk) in het e-learning programma
  • Het delen van gemeenschappelijke interesses tijdens dit programma werkt samenwerken in de hand

------------------------------------

In de laatste presentatie kregen we de Australische (specifiek Tasmanië) ervaringen voorgeschoteld. Een jonge en enthousiaste Vanessa Warren sprak over een nieuw personeelsmanagementprogramma in de Universiteitsbibliotheek van Tasmanië. Ook het personeelsbestand daar is 'vergrijsd', maar daarnaast waren er geen doorgroeimogelijkheden. Je had de manager op niveau B en de bibliothecarissen op niveau A maar hierdoor bleven de meeste bibliothecarissen hun hele carrière lang op niveau A hangen. Hierop gingen ze participeren door alle functies naar niveau B te brengen en er een zelfsturend team van te maken, maar ja dan ontbrak er een instapfunctie dus die werd er weer aan toegevoegd op niveau A. Hieronder een schets van deze situaties:

2682009_225116

Aan de nieuwe situatie (situatie 3) werd een doorgroeiproces in de vorm van een leertraject van niveau A naar niveau B gekoppeld (van 'learning organisation' naar 'learning workers' naar 'organisated learning') waarvan je hieronder de uitwerking ziet (Vanessa Warren haar eigen traject):

Dsc04034

In dit schema zijn de huidige vaardigheden (capability), presentatiecriteria (vaardigheden die nog moeten worden verworven), de leeractiviteiten en het bewijsmateriaal (bewijs dat je de vaardigheden hebt geleerd en je dus over mag gaan naar niveau B) omschreven met daarbij het commentaar van de medewerker en de leidinggevende. Vanessa Warren heeft dit traject in 1 jaar doorlopen.
Deze nieuwe methode heeft ervoor gezorgd dat het doel - het aantrekken van jonge bibliothecarissen en het creëren van doorgroeimogelijkheden - is bereikt, want 23% van het totale personeelsbestand van de Universiteitsbibliotheek van Tasmanië bestaat nu uit bibliothecarissen jonger dan 30 jaar (voordat deze methode werd ingevoerd was dat overigens 0%)!

25-8-09

#IFLA2009 De bibliotheken van de toekomst

Gisteren (maandag) startten de sessies op het IFLA 2009 congres! De keuze was al dadelijk moeilijk: ging ik voor toekomstvisies of voor informatievaardigheden. Ik heb voor het eerste gekozen: een sessie van 4 presentaties over waar bibliotheken staan over 10 jaar en de eerste 2 waren echt prachtige presentaties.

De eerste was van Klaus Ceynowa van de Bavarian State Library, Munich, Duitsland. Hij bracht  een interessant overzicht van waar de bibliotheek moet staan in het digitale leven van de gebruiker. Hij was vooral heel gericht op Google en zoekmachines, want dit is de eerste plek waar de gebruiker gaat zoeken. Hij refereerde hierbij naar een artikel uit de Library Journal waarin een vergelijking wordt gemaakt tussen Google Books en BISON de catalogus van de Universiteit van Buffalo: 1694 resultaten in BISON tegenover 24235 resultaten in Google Books. De missie van Google is om alle informatie van de wereld te organiseren en de strategie daarbij is innovatie. Bibliotheken zouden volgens hem ook zo moeten denken. 
Als trends gaf hij nieuwe interfaces en het mobiele internet aan. Ook Second Life is de toekomst, want deze virtuele wereld groeit nog steeds. Het 3D web is misschien 'the next biggest thing'!
Hij ging ook in op de toekomst van het boek: 'If the smell of paper is the biggest puch back, then we're good to go'! Een uitspraak van Steve Haber van Sony betreffende de opkomst van de e-reader. Verwacht wordt dat in 2013 deze elektronische readers een massamedium zijn. Ze zijn nu nog niet sexy, maar dat is een kwestie van tijd. En het kan nog veel kleiner.
Het internet is de marketplace voor bibliotheken: 'don't try to adapt the user workflow to the digital libary, but do adapt the digital library to the user workflow'. Wees daar waar de gebruiker is. Hij refereerde hierbij naar de web scale van Chris Anderson. Integreer en centraliseer je bronnen want er is te veel informatie en te weinig tijd. Worldcat is volgens hem web scale en dé plaats voor het zoeken en ontdekken van bibliotheekmaterialen op het web.
De bibliotheek blijft ook nog een plaats, maar dan niet meer als bibliotheek maar als een plaats voor cultuur en communicatie en de architectuur van het bibliotheekgebouw is een 'unique selling point'! Library as a serve, become invisible (wees daar waar de gebruikers zijn, niet meer een aparte plaats/website)! Library as a place, become visible (maar niet meer echt als een bibliotheek)!

Naar de tweede presentatie keek ik het meest uit, al zoveel van gehoord: Eppo van Nispen tot Sevenaer van DOK Delft en hij maakte de verwachtingen meer dan waard, het was een presentatie zoals een presentatie moest zijn: pakkend en inspirerend. Hij heeft me zelfs even tot tranen gebracht! Hij begon zijn verhaal met zijn mening dat we over gebruikers moeten praten en niet over klanten. Daarna gaf hij met een interactief filmpje aan dat je heel makkelijk informatie kunt missen en dat 92% van onze vrije tijd gevuld is met makkelijke en snelle entertainment. DOK Delft is telkens 1 versie verder en kijkt tot 2050 vooruit. When does the fat man (=DOK) comes! Life is all about having fun maar ...

Dsc04027

DOK Delft wil de modernste bibliotheek zijn en een betere vriend dan Google voor zijn gebruikers! We krijgen nu 24/7 informatie tot ons, communicatie is snel en eenvoudig en technologische veranderingen volgen elkaar op, maar het gaat niet om technologie maar om mensen en vooral de kinderen (Eppo toont een foto van zijn eigen 5 prachtige kinderen)! Hij geeft als voorbeeld een situatie met zijn dochter: hij is in New York en ziet de schoenen die zijn dochter zo graag wou hebben, hij belt zijn dochter op maar die wil niet met hem praten (is met haar vriendinnen aan't chatten) en zegt hem een foto te sturen. Hij neemt een foto met zijn mobiele telefoon en stuurt hem door, 2 minuten later krijgt hij een sms'je terug: no way dat ik ooit in die schoenen ga lopen!
Eppo vraagt wie er gelooft dat de bibliotheek vandaag de dag zou worden uitgevonden als we nog niet bestonden. Maar 1 man steekt zijn hand op (hij gelooft in de diensten van de bibliotheek geeft hij als uitleg)!

Wat moeten wij als bibliotheek doen als deze toekomst er is?
Eppo geeft een aantal elementen waar we moeten op letten: richt je op je jonge en oude gebruikers, richt je op zoekmachines, digital is niet tweedehands, olie en bibliotheken zullen verdwijnen, het medium van informatie verandert (van papier naar iphone),  kinderen hebben geen boeksentiment, mensen zijn onze collectie niet boeken, plug and play and no rules, verbindt middelen media en mensen, flexibiliteit is de toekomst, zintuigen zijn belangrijk (92% non-verbale communicatie, 5% verbale communicatie en 3% lezen), laat het domme werk door computers doen en gebruik technologie (RFID), innoveer, bibliotheekpersoneel is belangrijk, wees trots op je eigen beroep en claim dat je een bibliothecaris bent...... en toen op het eind kwamen de tranen:

Als derde spreker kwam Dieter W. Fellner van het Fraunhofer Institute of Computer Graphics, Technical University Darmstadt, Germany! Zijn nogal technische en saai gebrachte verhaal kon me helaas niet  boeien (ik was te verwend door de twee vorige sprekers)! Hij sprak over de verschillende stappen voor het ontsluiten van informatie: acquire (3D digitalisation), markup (vocabulaire), index (phrase search term), save (level or detail), archive (long-term preservation). Ook hij had het over interfaces die visueler en interactiever moeten worden. Je moet vanuit de gebruiker ontwikkelen maar daarbij kan je wel voor verrassingen komen te staan. Vanuit het computergrafisch perspectief zou sms een flop moeten zijn geweest (helemaal niet visueel) maar de gebruiker was er toch weg van!

Als vierde en laatste spreker van deze sessie van de secties Management en Marketing & Academic and Research Libraries van IFLA kwam Steffen Wawra van University Library, Passau, Germany (het was een bijna Duits onderonsje) met zijn managementvisie op de toekomst van bibliotheken:

  • Verandering is de constante factor in het leven: DxVxF>R en ADKAR
  • Leiderschap: being a public eye, watching the horizon, staying connected to users, comminicate and feedback (take advise), respect, change and continuing
  • Spirit: wie we zijn, is de kern van leiderschap
  • Management involves power by position. Leadership involves power by influence.
  • De gevolgen van de besluiten gemaakt in het verleden, blijven bestaan in het heden en definiëren de alternatieven voor de toekomst
  • De code voor Google is GROEI, de code voor bibliotheken is DUURZAAMHEID, de code voor IFLA is (to think about it) WERELDWIJD NETWERKEN

Dsc04032

In de discussie aan het eind van de sessie met alle vier de sprekers werden er vraagtekens geplaatst bij het enthousiasme van de sprekers over de toekomst van 'mobile', maar degene die die vraagtekens had verwarde mobiel met mobieltjes. Mobiele telefonie verandert snel, de iphone is nog maar het begin. Mobiel betekent op meerdere plaatsen zijn, de bibliotheek moet niet meer op 1 plaats zijn (zowel fysiek als digitaal)! Mobiel staat ook voor 'smart'!
Ook vroeg er iemand of bij zo een snel veranderende wereld richtlijnen en standaarden nog wel nodig zijn, de 4 sprekers waren het eens met elkaar: standaarden blijven zeker nodig, juist voor de lange termijn preservatie!
Afsluitende uitspraak: be global, be co-operate and be flexible!

24-8-09

#IFLA2009 De eerste indrukken

Het is dan eindelijk zover! Ik ben in Milaan... voor het75ste IFLA World Library Information Congres "Libraries create futures: Building on cultural haritage"!

Ik ben zaterdag al aangekomen, samen met de andere 4 prijswinnaars. 's Avonds hadden we namelijk een Nederlandstalige causus (Nederlanders, Vlamingen en Zuid-Afrikanen). We waren ons al lang aan't afvragen waar dat woord voor stond, maar gelukkig was er al iemand onder ons die de link legde met de Amerikaanse verkiezingen. En dat werd bevestigd door Marian Koren van IFLA die de causus voorzat. Het is een afstemming voordat de verkiezingen plaats vinden. En in deze context was het dus een afstemming voordat het congres begon. Er waren niet zo veel mensen aanwezig, de meeste kwamen zondag pas aan. Maar het was wel een aardige eerste contactmoment waarbij vooral werd gesproken over de sateliet meetingen voorafgaand aan dit congres. En  de president-elect van IFLA Ellen Tise kwam zich ook even voorstellen (zij neemt op het einde van dit congres de fakkel over van Claudia Lux). 

Gisteren was dan de grote openingsdag! We begonnen met een drie uur durende openingssessie in de voormiddag, met de nodige sprekers natuurlijk, waaronder Mauro Guerrini, President van de Italian National Committee en Roberto Formigoni, President van de Lombardia Region. Ook Claudia Lux (president van IFLA) hield een toespraak en de keynote spreker van deze openingssessie was Nicoletta Marashio, president van de Academia deila Cursca. Meer informatie over haar vind je in IFLA Express nr. 3 en daarin staat ook de toespraak van Claudia Lux die het interessants was van alle sprekers. Als rode draad bij de openingssessie werd door 2 bizarre bibliothecarissen het verhaal verteld over het Boek der Boeken in 5 delen:

  1. Constantijn de Grote en de traditie van de monniken waarbij de kroon van Constatijn moest worden teruggevonden met de hulp van de monniken die gelukkig door het kopiëren van boeken wisten welke kroon Constatijn kreeg bij zijn kroning!
  2. De Renaissance en uitvinding van de boekdrukkunst waarbij hét symbool van de Renaissance, de Vitruviusman van Leonardo Da Vinci tot leven kwam!
  3. Commedia dell'arte en de verspreiding van de kranten waarbij de karakters op zoek zijn naar het zeldzaamste boek ter wereld!
  4. Opera en het uitgeven van Italiaanse musicals bekeken vanuit het oogpunt van een beroemde oude operazangers en haar butler!
  5. Italiaans design en het gedigitaliseerde boek:

Vooraf en aan het eind van deze openingssessie werd Turandot afgespeeld, een prachtige opera van Puccini! 

's Middags hadden we de nieuwkomerssessie waarbij alle mensen die voor de eerste keer aanwezig waren op het IFLA congres een introductie kregen:

We kregen officieel de titel: First Timer en een stressbal met de woorden: IFLA the global voice of libraries!

Daarna werd de grote Exhibition geopend en konden we genieten van een drankje en een hapje.

Hier vind je de foto's van deze eerste dagen!

16-7-09

Hoe digitaal vaardig bent u?

Gisteren werd mijn aandacht getrokken door de twitterberichten van @jantweepuntnul en @blogpartyned over de DQ Test.

De DQ Test is ontwikkeld door het Ministerie van Economische Zaken in het kader van hun programma Digivaardig & Digibewust.

"Het programma Digivaardig & Digibewust is een initiatief van de Nederlandse overheid, het bedrijfsleven en en diverse maatschappelijke instellingen. Zij werken binnen dit programma samen om zoveel mogelijk Nederlanders gebruik te kunnen laten maken van de diverse digitale toepassingen zoals we die nu kennen: internet, e-mail, etc. Bovendien willen zij ook de bewustwording rond het veilig gebruik van deze digitale toepassingen stimuleren."

Het programma Digivaardig & Digibewust gaf de Universiteit Twente opdracht een Zelftest voor Digitale Vaardigheden te ontwikkelen: de DQ Test.

"Het doel van de DQ Test is dat iedereen online zijn of haar eigen digitale vaardigheden kan meten. De test bestaat uit vier modules waarin de vier genoemde vaardigheden worden getoetst. Elke module bevat een aantal opdrachten die inzicht geven in de eigen digitale vaardigheden. Aan de hand van de uitslag krijg je te horen waar je in het vervolg op moet letten bij het gebruik van het Internet. Deze adviezen zijn gebaseerd op hoe de opdracht wordt uitgevoerd, en niet alleen op het resultaat!"
Bron

Ik heb, nieuwsgierig als ik was, de DQ Test zelf gedaan. Eva begeleidde me (met haar eeuwige glimlach) doorheen de vier onderdelen.

In het eerste onderdeel 'Knoppenkennis' word je basis internetvaardigheden getest. Ik kreeg 9 vragen voorgeschoteld waarbij ik vooral moest surfen op het internet.

Dq01_2

In de tweede module 'Navigeren en oriënteren' wordt aandacht besteed aan het navigeren en oriënteren op het internet. Ik moest onder andere verschillende website designs gebruiken, browsen tussen zoekresultaten, een sitemap gebruiken en georiënteerd blijven wanneer een nieuw venster werd geopend. Alleen bij dat nieuwe venster ging het mis!

Dq02

Dq03

In onderdeel 3 'Informatie zoeken op internet' had ik alle twee de vragen goed (tja, je bent bibliothecaris of je bent het niet :-) )! Al kon Eva het niet laten me op een paar onvolkomendheden te wijzen!

Dq04

Dq05

Dq06

De vraag in onderdeel 4 'Het internet doelmatig gebruiken' was gecompliceerd.

Dq08

Op basis van de informatie op internet moest je een strategische beslissing nemen. Eva bouwt haar advies structureel op:

  1. Oriënteren
    Het oplossen van een moeilijke (strategische) vraag met behulp van internet kunt u het beste beginnen met een oriëntatie. Wat is het precies dat u wilt weten? Welke informatie heeft u nodig? Waar kunt u die vinden? Ik kan u aanraden om eerst op papier een lijstje te maken voordat u op het internet begint. Werk dan een voor een de stappen die u op heeft geschreven af.
  2. Actie ondernemen
    Wanneer u bent nagegaan welke informatie er nodig is, kan u van start! Vaak zult u meerdere websites bekijken om alles te vinden wat u wilt weten.
  3. Beslissing nemen
    Wanneer u alle benodigde informatie hebt gevonden kan er een beslissing gemaakt worden. Zet eerst nog even alles op een rij! Ga goed na of u alle informatie hebt gevonden en of deze informatie klopt. Als dat zo is, dan kan er een beslissing worden gemaakt.

Dq09

Want foutmeldingen kreeg ik wel regelmatig, vooral het laden van pagina's liep een paar keer mis.

Dq07

Opnieuw inloggen is geen probleem. Je inloggegevens worden naar je e-mailadres verstuurd. In je e-mailbox ontvang je ook na iedere module je resultaten en adviezen.

Ik vind de DQ Test geen slechte test. De vragen zijn doordacht (al moet je bij de eerste twee onderdelen wel veel keer hetzelfde trucje doen) en lopen op in moeilijkheidsgraad. Ook de manier waarop Eva je begeleidt en voorziet van de nodige adviezen is leuk opgezet.  De adviezen zijn nuttig.

Zou zo een test ook niet iets zijn om te gebruiken bij onze informatievaardighedeninstructies? Of zou een gemiddelde student deze test als een fluitje van een cent kunnen oplossen? Soms onderschat ik de digitale vaardigheden van studenten en andere keren overschat ik ze duidelijk! En tja, wat is de gemiddelde student? Toch vind ik de opzet van de test wel passen bij een informatievaardighedeninstructie. De student kan zelf aan de slag en krijgt gericht advies! De vragen zullen waarschijnlijk wel aangepast moeten worden aan de onderwijssituatie van de student om de test meer geintegreerd en toegespitst te kunnen aanbieden.

Wordt misschien vervolgd...

Welkom!

  • BiebmiepLeen

    Welkom op BiebmiepLeen Weblog!

    Contact

    leen.liefsoens@googlewave.com

    Portfolio

Zoeken

Abonneren

  • Abonneer je op de berichten van BiebmiepLeen Weblog via rss Abonneer je op de berichten van BiebmiepLeen Weblog via e-mail Abonneer je op de tweets van BiebmiepLeen

Diensten

  • Lees BiebmiepLeen Weblog op je mobiel Vertaal (stukken uit) BiebmiepLeen Weblog

Toolbar

  • Via de toolbar onderaan mijn weblog kun je eenvoudig in mijn posts zoeken en navigeren, ze vertalen of delen; me volgen via Twitter; of meediscussiëren in mijn Facebook blog community!

Laatste reacties

Some rights reserved!

Inloggen beheer

  • Gebruikersnaam:
    Wachtwoord: